“Kunt u een profielschets voor ons opstellen?” Het is een van de eerste vragen die ik krijg wanneer een raad van toezicht contact opneemt over een vacature in eigen gelederen. De vraag is vriendelijk bedoeld en volstrekt logisch. Toch antwoord ik er zelden meteen bevestigend op. Niet omdat ik het niet kan, maar omdat het antwoord bepaalt hoe de rest van het traject verloopt én omdat de vraag verraadt dat er iets is overgeslagen.
Een toezichtbenoeming is geen wervingsvraagstuk
Een raad van toezicht die een lid zoekt, staat voor een bestuurlijk besluit. Wie erbij komt, verandert wat de raad ziet, waar de raad op doorvraagt en welke onderwerpen het langst op tafel blijven liggen. Dat is geen personeelskwestie. Het is een besluit over het eigen functioneren.
De wetgever denkt daar inmiddels net zo over. De herziene Corporate Governance Code is met een algemene maatregel van bestuur wettelijk verankerd, die AMvB is op 2 februari 2026 in het Staatsblad gepubliceerd (Stb. 2026, 15). Beursvennootschappen rapporteren daardoor over boekjaar 2025 voor het eerst volgens de aangescherpte Code, inclusief de Verklaring Omtrent Risicobeheersing (accountant.nl, 3 februari 2026).
Voor de meeste organisaties waarvoor ik werk, geldt die Code niet rechtstreeks. Het effect is er niet minder om. De verwachting dat een raad kan uitleggen waaróm hij is samengesteld zoals hij is samengesteld, sijpelt door naar semipublieke instellingen, familiebedrijven en stichtingen zonder enige beursnotering. En die uitleg kunt u niet uitbesteden.
Wat u wél van Fornell Human Capital mag verwachten
Bereik, om te beginnen. Een raad die zelf zoekt, komt uit bij mensen die de raad al kent. Dat is geen verwijt, zo werken netwerken. In mijn eigen dossier eindigt bij drie van de vijf toezichtopdrachten de benoemde kandidaat buiten het netwerk van de raad zelf. Zonder tussenkomst waren die drie mensen nooit in beeld gekomen.
Daarnaast een eerlijke lezing van de markt. Wat vraagt u en bestaat dat ook? Als het antwoord daarop ongemakkelijk is, hoort u het liever aan het begin dan na vier maanden.
En bovenal iemand die de voorzitter tegenspreekt. Dat klinkt als een vanzelfsprekendheid, in de praktijk is het het schaarse goed in dit vak. Een adviseur die alleen opdrachten uitvoert, levert kandidaten die passen bij het beeld dat de voorzitter al had. Een adviseur die zijn werk doet, legt uit waarom dat beeld misschien niet klopt.
Wat u niet mag verwachten
Dat ik u vertel wie u wilt zijn.
Een searchbureau kan vaststellen of uw wens realistisch is, het kan die wens niet voor u formuleren. De profielschets is geen document dat een adviseur aanlevert en een raad goedkeurt. Het is de neerslag van een gesprek dat de raad met zichzelf heeft gevoerd: over wat ontbreekt, over wat de komende jaren van het toezicht wordt gevraagd, over welke discussie tot nu toe niet goed gevoerd kon worden. Ontbreekt dat gesprek, dan levert een profielschets van mijn hand een document op waar iedereen ja tegen knikt en niemand zich aan gebonden voelt.
Het cijfer dat mij het meest bezighoudt
In een selectietraject voor een toezichthouder wijzigt de profielschets bij mij gemiddeld twee tot drie keer, ondanks diepgaande gesprekken vooraf met alle geledingen die bij de benoeming betrokken zijn. Niet in de marge. Op de kern: welk type ervaring doorslaggevend is, of het een zittende bestuurder moet zijn, of internationale ervaring zwaarder weegt dan sectorkennis.
Elke wijziging kost weken. Belangrijker nog: elke wijziging betekent dat de raad tijdens het proces alsnog het gesprek voert dat vooraf had moeten plaatsvinden. Dat is niet erg. Het is alleen een stuk vruchtbaarder om dat gesprek aan het begin te voeren, met de agenda van de raad ernaast, in plaats van halverwege met drie cv’s op tafel.
Waar het schuurt
Een voorbeeld uit de praktijk. Ik zocht voor een internationaal opererende onderneming een commissaris met IT in portefeuille: toezicht op digitalisering, datahuishouding, cyberweerbaarheid en alles wat daarmee samenhangt. De voorzitter had, samen met een deel van de raad, een uitgesproken beeld. Hier hoorde een man met een stevige technische achtergrond.
Dat beeld was niet onredelijk. Het was wel onvolledig.
Ik heb stevige gesprekken gevoerd, met de voorzitter en met de aandeelhouders, om die oogkleppen te verbreden. Niet uit principe en niet om een streefcijfer te halen, maar omdat het beschikbare veld aantoonbaar groter was dan het beeld waarmee we begonnen en omdat een raad die zichzelf een deel van dat veld ontzegt, zichzelf tekortdoet.
Uiteindelijk heb ik drie kandidaten voorgedragen: twee mannen en een vrouw. De vrouw is benoemd.
Wat mij daarvan is bijgebleven, is niet de uitkomst. Het is dat de verandering niet bij mij lag. Ik heb geen ander soort kandidaat gevonden dan waarom werd gevraagd, ik heb de raad zover gekregen om de vraag opnieuw te stellen. Dat deel van het werk laat zich niet in een opdrachtbevestiging vastleggen en het is precies het deel waar een raad van toezicht het meest aan heeft.
In gereguleerde sectoren ligt de verdeling wél vast
In een deel van de sectoren waarin wij werken is de vraag wie waarvoor verantwoordelijk is al beantwoord. Bij woningcorporaties toetst de Autoriteit woningcorporaties sinds de inwerkingtreding van de herziene Woningwet op 1 juli 2015 iedere beoogde commissaris vooraf op geschiktheid en betrouwbaarheid. Die toets gaat over de persoon, maar raakt onvermijdelijk ook de raad: geschiktheid wordt beoordeeld tegen de profielschets en tegen de samenstelling van de raad als geheel.
Het gevolg is interessant. Juist waar een externe toezichthouder meekijkt, nemen raden de voorbereiding serieuzer. Niet omdat die raden anders zijn, maar omdat de vrijblijvendheid eruit is. Wie in een niet-gereguleerde sector toezicht houdt, mist die prikkel en zal hem dus zelf moeten organiseren.
Vanaf de andere kant van de tafel
Alles hierboven gaat over u als opdrachtgever. Er zit ook een kandidaat in dit verhaal.
Bestuurders en directeuren die worden benaderd voor een toezichtfunctie, stellen vrijwel altijd dezelfde vraag en vroeg in het gesprek: waarom deze raad en waarom nu? Het antwoord bepaalt of het gesprek verdergaat. Een raad die kan uitleggen wat ontbreekt en waarom dat ertoe doet, krijgt serieuze gesprekken met serieuze mensen. Een raad die dat niet kan, krijgt beleefde afwijzingen: vaak van precies de kandidaten die het interessantst waren.
Wordt u zelf benaderd, vraag dan naar de profielschets en vraag daarna wanneer die is opgesteld en door wie. Het antwoord vertelt u meer over de raad dan de jaarrekening.
Dichter bij huis
Enkele kilometers van ons kantoor op Buitenplaats Beeckestijn heeft Stadsschouwburg Velsen een governancewijziging doorgevoerd die de moeite van het bekijken waard is. De organisatie stapte over van een bestuursmodel naar een raad-van-toezichtmodel, met de benoeming van een directeur-bestuurder in oktober 2025. Het voormalige bestuur nam de toezichthoudende rol tijdelijk waar om de continuïteit te borgen. Per 1 mei 2026 is een nieuwe raad van toezicht aangetreden, samengesteld op complementaire kennisgebieden die passen bij de fase waarin de organisatie zich bevindt (Jutter | Hofgeest, 18 juni 2026).
Wat mij opvalt, is de volgorde. Eerst het besluit over het model, dan de overgang, dan de werving. Dat is precies omgekeerd aan wat ik gewoonlijk tegenkom, waar de werving begint en het gesprek over model en samenstelling er tijdens het proces achteraan komt.
Tot slot
De verantwoordelijkheidsverdeling tussen toezicht en adviseur is in de kern eenvoudig. U bepaalt wie u wilt zijn. Ik vertel u of dat kan, waar het schuurt en wie er buiten uw blikveld rondloopt die daarbij past.
De vraag is dus niet of een searchbureau een profielschets voor u kan opstellen. De vraag is of uw raad het gesprek heeft gevoerd dat aan die profielschets voorafgaat.