Als een bestuurder of directeur vertrekt, is de eerste vraag aan tafel bijna altijd praktisch van aard: wie neemt het werk over tot er een opvolger is? Een interim-benoeming ligt dan voor de hand. Het brengt rust, houdt de lopende zaken op gang en geeft de organisatie tijd. Of die tijd ook goed wordt gebruikt, is een andere vraag, en die wordt minder vaak gesteld.
In een opdracht waar wij eerder over schreven, ging het om de opvolging van een algemeen directeur bij een maakbedrijf in een zeehavengebied. Het vertrek was voorzienbaar en het bedrijf stond technisch goed. Het gesprek over opvolging kwam echter pas op tafel toen het besluit eigenlijk al genomen had moeten zijn. Wat volgde was een interim-constructie die veel langer duurde dan gewenst en een nieuwe directeur die begon met een achterstand die hij niet zelf had veroorzaakt.
Het gat op papier en de vraag eronder
Een interim-vraag gaat zelden over capaciteit. Op papier is het een gat: iemand is vertrokken en het werk blijft liggen. In het gesprek blijkt het meestal iets anders te zijn: een reorganisatie die niet van de grond komt, een opvolging die is vastgelopen, een team dat zijn vertrouwen kwijt is. Wie die vraag als capaciteitsvraag uitzet, krijgt een capaciteitsoplossing en staat een jaar later op hetzelfde punt.
Het onderscheid doet ertoe voor de keuze tussen interim en vast. Is de opgave helder en ontbreekt alleen de persoon, dan verdient een vaste benoeming in de regel de voorkeur, ook als die meer tijd kost. Is de opgave zelf nog niet scherp, omdat de strategie verschuift of de organisatie eerst moet worden rechtgezet, dan kan een interim-bestuurder precies de ruimte maken die nodig is om het profiel van de vaste opvolger goed te bepalen.
De toets: werkt de interimmer aan zijn eigen overbodigheid?
De beste interim-bestuurder werkt aan zijn eigen overbodigheid. Dat klinkt als een tegeltje, maar het is een toetsbaar criterium. Vraag een interim-kandidaat wat er over negen maanden anders moet zijn en luister of het antwoord over de organisatie gaat of over hemzelf. Wie beschrijft welke beslissingen dan door anderen worden genomen, heeft de opdracht begrepen. Wie beschrijft welke dossiers hij dan heeft afgerond, is een dure kracht.
Daaruit volgt ook wat een interim-opdracht nodig heeft: een omschreven mandaat, een einddatum die serieus wordt genomen en een afspraak over wat er bij de overdracht moet liggen. Zonder die drie wordt een tijdelijke oplossing ongemerkt een blijvende.
Wat de governancecode van de raad vraagt
Voor beursgenoteerde ondernemingen is de verantwoordelijkheid helder vastgelegd. Volgens best practice-bepaling 2.2.4 van de Nederlandse Corporate Governance Code draagt de raad van commissarissen er zorg voor dat de vennootschap beschikt over een gedegen plan voor de opvolging van bestuurders en commissarissen, gericht op het in balans houden van deskundigheid, ervaring en diversiteit. Bepaling 2.2.3 vraagt bij tussentijds vertrek van een bestuurder bovendien om een persbericht waarin de reden wordt genoemd. De geactualiseerde code is begin dit jaar wettelijk aangewezen.
Voor niet-genoteerde ondernemingen, familiebedrijven en maatschappelijke organisaties geldt de code niet rechtstreeks, maar de gedachte erachter wel. Een raad die een opvolgingsplan heeft, kan een interim-benoeming als bewuste stap inzetten. Een raad die dat plan mist, gebruikt de interim-bestuurder als vervanging voor een besluit dat nog genomen moet worden. Daarmee is de keuze tussen interim en vast in de kern een toezichtsvraag, geen personele.
Vanaf de andere kant van de tafel
Voor kandidaten verdient de situatie evenveel aandacht. Wie wordt benaderd voor een vaste rol na een langere interimperiode, stapt in een organisatie waar al maanden besluiten zijn genomen of juist niet. Vraag daarom in het gesprek wat de interim-bestuurder heeft besloten, wat hij bewust heeft laten liggen voor zijn opvolger, en of de raad van commissarissen achter die keuzes staat. Een heldere overdracht is een goed teken. Een vage is een signaal dat de eerste honderd dagen zwaarder worden dan de functieomschrijving doet vermoeden.
Wordt u zelf gevraagd als interim-bestuurder, dan geldt het omgekeerde. Vraag naar het mandaat en de einddatum voordat u begint en vraag wie na u de besluiten gaat nemen. Een opdrachtgever die daar geen antwoord op heeft, zoekt misschien geen interim-bestuurder maar uitstel.
Tot slot: de vraag achter de vraag
Daar hoort een opmerking over onze eigen rol bij. Loyaliteit aan een opdrachtgever betekent niet dat wij het altijd met hem eens zijn. De moeilijkste gesprekken die wij voeren, zijn de gesprekken waarin wij zeggen dat de vraag verkeerd is gesteld. Dat kost soms een opdracht. Het levert vrijwel altijd een langere relatie op.